'ONBEKEND' PRINSJE IN GRAFKELDER
NIET LANGER ONBEKEND

door
Annemarth Sterringa

Summary:
Unknown princeling in the royal crypt in the New Church in Delft, The Netherlands has been discovered to be Palatine Prince Louis son of the Winter King and Winter Queen.  

In mijn functie van stadsgids in Delft sta ik regelmatig in de Historische Zaal van Museum Het Prinsenhof voor het portret van 'Frederik V, Koning van Bohemen'. Hij is behalve wegens dit koningschap en latere ballingschap in Den Haag ook de geschiedenis ingegaan als de echtgenoot van Elizabeth Stuart, van wie het huidige Britse koningshuis afstamt. Onlangs verdiepte ik mij in Frederiks en Elizabeths ballingschap en deed daarbij een verrassende ontdekking over de laatste rustplaats van één van hun kinderen, waarover hier meer.
        Om te beginnen enige informatie over de ouders en de gebeurtenissen die leidden tot hun ballingschap hier: keurvorst Frederik V van de Palts (1596-1632) was de zoon van keurvorst Frederik IV van de Palts en diens echtgenote Louise Juliana van Nassau. Zij was de oudste dochter uit het huwelijk van Willem de Zwijger en Charlotte de Bourbon. De Palts bestond destijds uit een gebied langs de Rijn met Heidelberg als hoofdstad en een gebied in Beieren. Frederik V was in 1613 in Londen getrouwd met Elizabeth Stuart (1596-1662), dochter van koning Jacobus I van Engeland en Schotland en zijn echtgenote Anna van Denemarken en Noorwegen.
        In de Duitse landen leidde de groeiende contra-reformatie tot botsingen tussen rooms-katholieken en protestanten, die resulteerden in de Dertigjarige Oorlog (1618-1648). Na de dood van de Habsburgse keizer Mathias boden de protestantse vorsten Frederik de kroon van Bohemen aan. Zijn koningschap duurde één jaar, van zijn kroning in Praag eind 1619 tot de verpletterende nederlaag die hij leed in de slag bij de Witte Berg eind 1620 tegen de rooms-katholieke vorsten, die hem bovendien uit de Palts verdreven. Na deze episode werden Frederik en Elizabeth bekend onder de bijnaam Winterkoning en Winterkoningin.
        Vanaf 1621 woonden Frederik en Elizabeth en hun acht zoons en vijf dochters op de Kneuterdijk in Den Haag in de naast elkaar gelegen woonhuizen van Johan van Oldenbarneveldt en zijn schoonzoon. De kinderen werden tot hun twaalfde jaar in het Prinsenhof in Leiden opgevoed door een raadsheer uit Heidelberg en zijn echtgenote. Vier van de kinderen overleden op jeugdige leeftijd, drie van hen aan kinder- en andere ziektes. De oudste zoon Frideric Henry kwam op tragische wijze om het leven, toen hij met zijn vader naar de binnenkomst van Piet Heins Zilvervloot ging kijken. In alle drukte werd hun schip overvaren en verdronk hij.
        Om wie het mij hier gaat, is hun zoon Louis die eind 1624 stierf tijdens een pestepidemie. Bij Green, de Engelse biografe van Elizabeth, vond ik de volgende interessante informatie over zijn begrafenis:

"The tombs of his paternal ancestors [in Heidelberg] were in the hands of the enemy, and at the Hague there were no churches set apart for royal sepulture. The parents desired that he should be taken to England . . . or to lay him in the burial place of the Prince of Orange, at Delft; an alternative which was ultimately adopted."

Prins Louis' naam komt echter niet voor op de plattegrond van de koninklijke grafkelder van de Nieuwe Kerk in Delft, noch in het informatieboekje van deze kerk en ook niet op het desbetreffende expositiepaneel in de kerk - met andere namen dan in het boekje. Hij wordt zelfs niet genoemd als vermoedelijk aanwezige in één van de drie kistjes met opschrift 'onbekend' in de grafkelder.
        Teneinde dit mysterie op te lossen, raadpleegde ik in het gemeentearchief van Delft het begraafboek van de Nieuwe Kerk. Daar wordt op 27 mei 1625 inderdaad vermeld: "Een kint van de Coninck van Bohemen". Iemand heeft in modern handschrift erachter geschreven: 'Frederik de V (vd Palts)'. Louis' jonggestorven broers en zusje overleden na deze datum - Frideric Henry 1629, Charlotte 1631, Gustave Adolphe 1641 - en werden echter wel in de Kloosterkerk in Den Haag bijgezet, volgens Green en getuige het register van graven van deze kerk: "In de Zuydwesthouc van de West Capell is een kelder lanc 6½ en breed 6½ voet, waer in staen drye liken van de Prinsen en Princessen van Bohemen".
       
Indien kleine Louis van de Palts / van Bohemen (Den Haag 31 augustus 1623 - Den Haag 24 december 1624) inderdaad in de koninklijke grafkelder in de Nieuwe Kerk in Delft ligt, in één van de kistjes met opschrift 'onbekend', en het heeft er alle schijn van, is hij daar het enige achterkleinkind van Willem de Zwijger. Een mogelijke verklaring voor het feit dat zijn naam niet op zijn kistje vermeld staat, is dat zijn ouders waarschijnlijk hoopten hem te zijner tijd in de voorvaderlijke grafkelder in Heidelberg te kunnen bijzetten. Een vergissing was uitgesloten want er stonden in mei 1625 slechts twee kisten met stoffelijke overschotten in de koninklijke grafkelder, die van Willem de Zwijger en van zijn weduwe Louise de Coligny. Prins Maurits was een maand tevoren overleden maar werd pas in september van dat jaar bijgezet.

Het zou mijns inziens correct zijn om Louis' naam tenminste als vermoedelijk aanwezige te vermelden op bij voorkeur identieke lijsten. Hij was weliswaar geen lid van het Huis van Oranje-Nassau, maar wel een achterkleinzoon van Prins Willem I. Een eventuele herziening van de lijsten zou kunnen plaatsvinden in het kader van een historisch onderzoek van de koninklijke grafkelder.

Delft, november 1997

Noot van auteur:
Dit is een verkorte versie van het gelijknamige artikel in Mededelingenblad van de Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau 28 (1998).

Archiefbronnen:
Gemeentearchief Delft: Begraafboek van de Nieuwe Kerk.
Gemeentearchief Den Haag: Register van graven in de Kloosterkerk.

Literatuur:
Green, M.A. Everett-, Elizabeth, Electress Palatine and Queen of Bohemia, London, 1855, revised edn 1909.

Auteur:
drs A.M.G. Sterringa (Amsterdam 1943) studeerde Engelse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit van Leiden. Haar doctoraalscriptie betrof een vergelijkende studie van de rechtspositie van weduwen in Engeland tijdens de Angelsaksen en in middeleeuws Friesland, over welk onderwerp zij ook heeft gepubliceerd. Zij is o.a. werkzaam als stadsgids in Delft.

Home

Sterringa bibliografie